header

Met kinderen

Met kinderen

  • Veiligheid, betrokkenheid en eerlijke communicatie op het niveau van het kind zijn erg belangrijk. Zo voelt het kind dat hij/zij erbij hoort. Deel de gevoelens met elkaar. Zo voorkom je achterdocht en fantasieën en voorkom je ook dat ze ‘het’ van anderen horen.
  • Gebruik woorden en taal die bij jou horen en aangepast aan het kind en zijn/haar leeftijd. Niet alleen bij de diagnose en start van de behandeling, maar betrek het kind blijvend bij het ziekteproces.
  • Kinderen hebben antennes en zijn veerkrachtig! Neem de tijd. Zorg dat het gezin bij elkaar is. Ieder hoort dan hetzelfde verhaal en er is gelegenheid elkaar te steunen. Realiseer je hierbij dat het nooit het goede moment is om slecht nieuws te brengen.
  • Geef inzicht in wat kanker is. Het is niet besmettelijk en geen ziekte waar je altijd aan dood gaat.
  • Geef niet te veel informatie ineens en loop niet te veel op zaken vooruit.
  • Neem het kind serieus in zijn/haar gevoelens, praat erover en stimuleer het kind vragen te stellen. Gebruik concrete/eenvoudige woorden zoals ‘het is kanker’. Geef aan dat ze altijd met vragen en angsten bij jou terecht kunnen.
  • Hou je vast aan dagelijkse rituelen. Basisveiligheid is het belangrijkste!
  • Laat kinderen jouw gevoelens weten (verdriet en/of angst). Lach en huil samen.
  • Ook de kleine, spontane activiteiten zijn herinneringen. Je bent er, zowel lijfelijk als in aandacht en dat is wat telt.
  • Houd tradities zoveel mogelijk in ere. Dat zijn de leuke dingen om van te genieten.
  • Het kan zijn dat je jouw ouderrol niet kunt vervullen. Probeer te accepteren dat andere volwassenen jouw kind helpen. Bedenk dan wat je nog allemaal wel kunt! Luisterend oor bieden, een spelletje doen, huiswerk overhoren. Het belangrijkste is dat je er bent, zowel lijfelijk als in aandacht.
  • Licht de school in en blijf ze op de hoogte houden. Ook scholen voor voortgezet onderwijs vinden het fijn om op de hoogte te zijn van een thuissituatie van een leerling, wanneer dit van invloed kan zijn op schoolprestaties. Schroom niet om verlof aan te vragen wanneer je denkt dat dat ten goede komt aan het kind en jouw gezin.
  • Vraag aan je kinderen wat zij willen dat school weet en hoe school met hen om moet gaan. Laat ze hierin eigenaar zijn. Dit geeft vertrouwen.
  • Gedragsverandering bij het kind is niet vreemd. Normale reacties kunnen lichamelijk zijn (o.a. buik-, hoofdpijn, slecht slapen), of in het gedrag (o.a. boos, bang, agressief, onverschillig, zich afzonderen), maar ook het gedrag elders kan veranderen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld: concentratiemoeilijkheden, vergeetachtigheid, erg braaf zijn, geen zin in hobby’s hebben of zwak schoolresultaat.
  • Zorg voor iemand bij wie ze hun verhaal kwijt kunnen, wanneer ze dat bij jou en/of je partner niet kunnen. Denk hierbij aan een familielid of iemand buiten het gezin.
  • Of schakel een professionele hulpverlener in (bv. speltherapeut, rouwverwerkingtherapeut). Een mamma care verpleegkundige of huisarts kan je hierbij helpen. Je kunt ook contact opnemen met onze stichting!
  • Maak een afstreepkalender voor het aantal chemotherapieën en/of bestralingen. Dit geeft ze inzicht, houvast en duidelijkheid.
  • Neem ze een keer mee naar een chemobehandeling en een bestraling. Op die manier zorg je ervoor dat ze het juiste plaatje in hun hoofd hebben en deze niet in gaan vullen met eigen ideeën en gedachten. Kondig dit van tevoren in het ziekenhuis aan, dan kunnen ze hier rekening mee houden. Ze maken dan tijd en ruimte voor een uitleg.
  • Laat aan het kind over wanneer het wil zien hoe de amputatie/het kale hoofd et cetera er uitziet. Geef duidelijk aan dat je altijd bereid bent het te laten zien. Doe er niet geheimzinnig over. Vertel dat je nog steeds dezelfde mama/papa bent.
  • Bedenk goed: elk kind is anders, reageert anders en gaat anders met de situatie en de daarbij behorende emoties om!